Modernisme voorbij Gaudí: de architectuur die je bijna zou missen

Wie aan Barcelona en architectuur denkt, denkt vrijwel meteen aan Antoni Gaudí. Zijn Sagrada Família en Casa Batlló staan terecht op elk lijstje, maar ze vertellen slechts een deel van het verhaal. Gaudí was namelijk niet de enige, en zelfs niet de eerste, die de stad aan het begin van de twintigste eeuw een compleet nieuw gezicht gaf. Het Catalaanse modernisme was een brede beweging met tientallen begaafde architecten, en juist hun minder bekende werk laat zien hoe rijk en gevarieerd die periode was. In dit artikel duiken we in de gebouwen die vaak over het hoofd worden gezien, maar minstens zo betoverend zijn.

Wat het modernisme zo bijzonder maakt

Het modernisme was de Catalaanse variant van de art nouveau die rond 1900 heel Europa in zijn greep hield. Het brak radicaal met strakke, klassieke vormen en omarmde in plaats daarvan golvende lijnen, natuurmotieven en een uitbundig gebruik van kleur. Kenmerkend is de nauwe samenwerking tussen architecten en ambachtslieden: smeedijzer, gebrandschilderd glas, keramiek en houtsnijwerk werden niet als versiering achteraf toegevoegd, maar vormden een geïntegreerd onderdeel van het ontwerp.

De beweging viel samen met een periode van economische bloei en groeiend Catalaans zelfbewustzijn. De gegoede burgerij liet zich graag onderscheiden met opvallende woonhuizen, wat een ware wedloop aan creativiteit op gang bracht. Vooral in de wijk Eixample, met zijn ruime, rechthoekige bouwblokken, kregen de architecten de ruimte om te experimenteren. Wie met open blik door die straten loopt, ontdekt op de gevels een schat aan bloemen, dieren, wapenschilden en fantasievormen.

Lluís Domènech i Montaner: kleur en licht

Naast Gaudí is Lluís Domènech i Montaner misschien wel de belangrijkste naam van de beweging. Zijn meesterwerk is het Palau de la Música Catalana, een concertzaal die van binnen baadt in licht. Het dak wordt gedomineerd door een enorme glazen koepel in de vorm van een omgekeerde zon, die overdag daglicht naar binnen laat vallen en de zaal een bijna sprookjesachtige gloed geeft. Overal zie je mozaïek, bloemmotieven en beeldhouwwerk dat muziek en natuur met elkaar verweeft.

Even indrukwekkend, maar veel minder bezocht, is het voormalige ziekenhuis Sant Pau. Domènech i Montaner ontwierp het als een compleet dorp van paviljoens, verbonden door ondergrondse gangen en omringd door tuinen, vanuit de gedachte dat schoonheid en groen bijdragen aan het herstel van patiënten. Het complex is inmiddels gerestaureerd en opengesteld voor publiek, en het is een van de best bewaarde geheimen van de stad. Je wandelt er tussen kleurrijke gevels rond zonder de menigten die je bij de bekendere monumenten aantreft.

Josep Puig i Cadafalch: sprookje in steen

De derde grote naam is Josep Puig i Cadafalch, wiens werk vaak een middeleeuwse, bijna sprookjesachtige toets heeft. Aan de chique Passeig de Gràcia staat zijn Casa Amatller pal naast Gaudí’s Casa Batlló, en het contrast is leerzaam: waar Gaudí kiest voor golvende, organische vormen, geeft Puig i Cadafalch zijn gevel een getrapte bovenrand met Vlaamse invloeden en een prachtig betegeld oppervlak.

Nog opvallender is de Casa de les Punxes, een vrijstaand bouwwerk dat met zijn spitse torens en puntdaken sprekend op een middeleeuws kasteel lijkt. Het gebouw staat op een kruispunt en is van alle kanten zichtbaar, wat het tot een geliefd oriëntatiepunt maakt. Puig i Cadafalch speelde graag met verwijzingen naar de Catalaanse geschiedenis, en juist die combinatie van nostalgie en moderne techniek maakt zijn werk zo herkenbaar.

Waar je op moet letten tijdens het wandelen

Het mooie van het modernisme is dat je er geen entreekaartje voor nodig hebt om ervan te genieten; veel van de rijkdom zit in de details die je vanaf de stoep kunt bewonderen. Let tijdens een wandeling op de volgende elementen:

  • De smeedijzeren balkons en deuren, vaak in de vorm van ranken, bloemen of insecten, die geen twee keer hetzelfde zijn.
  • De gekleurde keramiektegels op gevels en in portieken, die bij zonlicht prachtig oplichten.
  • De gebeeldhouwde stenen rond ramen en deuren, waarin dieren, gezichten en mythische figuren verstopt zitten.
  • De originele winkelpuien en apotheken uit die tijd, waarvan er in het centrum nog enkele bewaard zijn gebleven.
  • De glas-in-loodramen in trappenhuizen, soms zichtbaar vanaf de straat als je naar binnen gluurt.

Praktische tips voor een architectuurwandeling

Om het modernisme echt te waarderen, loont het om een rustige route uit te stippelen in plaats van van monument naar monument te haasten. De wijk Eixample leent zich hier perfect voor, met zijn brede trottoirs en de befaamde afgeschuinde hoeken die extra zicht op de gebouwen geven. Kies bij voorkeur een ochtend of laat middaguur, wanneer het licht laag staat en de reliëfs en kleuren op de gevels het best uitkomen.

Wil je ook van binnen kijken, plan dan vooruit. Populaire locaties zoals het Palau de la Música werken met tijdsloten, en een geleide rondleiding levert vaak toegang op tot ruimtes die je anders niet ziet. Combineer een paar interieurbezoeken met een langere wandeling langs gevels, zodat je niet de hele dag in rijen staat. Trek comfortabele schoenen aan, want de mooiste ontdekkingen doe je te voet, met je blik omhoog gericht. Zo ontdek je dat Barcelona veel meer modernisme herbergt dan alleen de werken van Gaudí, en dat sommige van de mooiste gebouwen zich juist net buiten het gebruikelijke pad bevinden.